Rijksakademie
Residency 2027

Janwillem Schrofer (1945–2026)

Op 8 januari overleed Janwillem Schrofer, directeur van de Rijksakademie van 1982–2010.

Visionair en bevlogen, transformeerde hij de Rijksakademie bijna een halve eeuw geleden tot de internationale kunstenaars-residency die zij tot op de dag van vandaag is.

Janwillem had maar één droom, vertelde hij in een interview met de Volkskrant ter gelegenheid van zijn pensionering in 2010: “Het maken van een gastvrije plek waar de individuele kunstenaar zijn talenten kan ontplooien. Met elkaar aan tafel zitten onder een boom, eten, drinken en praten, zoals de oude, Griekse akademie – met een ‘k’.”

Die gastvrijheid was belangrijk. In zijn studententijd – hij studeerde organisatiesociologie in Rotterdam – werd hij in zijn vriendenkring gekscherend ‘De Gastheer’ genoemd, iemand die enigszins aan de zijlijn stond en de condities schepte voor ontmoeting en samenzijn. Hij beschouwde het als een eervolle profetie voor zijn latere loopbaan. In de drie decennia dat hij directeur was, realiseerde hij zijn droom en drukte een onmiskenbare stempel op het DNA van de Rijksakademie. Waar de Rijksakademie vandaag de dag om bekend staat, kwam uit zijn koker.

Toen hij in 1982 aantrad – aanvankelijk als interim-directeur – gold de Rijksakademie als een ouderwetse, stoffige en niet langer relevante kunstacademie, op het punt om gesloten te worden. Aan Janwillem de opdracht een radicale koerswijziging door te voeren. Hij vond het traditionele academie-model achterhaald en ontwikkelde een visie voor “een instituut voor praktijkstudie”, een gemeenschap voor kunstenaars, zonder curriculum, met werkplaatsen geleid door technisch specialisten en artistiek advisors van naam als klankbord. “Een vrijplaats op heel hoog niveau”, waar er vooral ruimte was: voor ontwikkeling, voor discussie en experiment. Gedurende de jaren tachtig kreeg dit idee steeds meer vorm. Met de ingrijpende reorganisatie die ermee gepaard ging, redde hij het instituut van de ondergang – iets wat hij begin jaren nul nogmaals zou doen na hevige bezuinigingen. Ook de Prix de Rome, die van 1870 tot en met 2011 georganiseerd en gefaciliteerd werd door de Rijksakademie, blies hij medio jaren tachtig nieuw leven in.

In de jaren negentig, met de verhuizing naar de Kavallerie-Kazerne aan de Sarphatistraat kwamen zijn plannen echt op stoom. De ‘oude’ Rijksakademie werd definitief achtergelaten en een renaissance kon zich voltrekken. Janwillem was nauw betrokken bij de renovatie van de kazerne en opende de deuren voor steeds meer kunstenaars van buiten Nederland, eerst uit (Oost-)Europa en later ook uit Noord-Amerika, Latijns-Amerika, Afrika, Azië en het Midden-Oosten. Deze internationalisering was voor hem essentieel om de Rijksakademie toekomstbestendig te maken. Het netwerk dat hierdoor ontstond, bleek bovendien cruciaal voor de internationale carrières van vele kunstenaars. De Rijksakademie werd nog meer een Research Residency, met grotere aandacht voor het scheppen en verbeteren van de werk- en leefomstandigheden van kunstenaars.

Daarnaast introduceerde hij de Open Studios, toen nog Open Ateliers, als jaarlijks moment om aan de buitenwereld te tonen wat zich achter de muren afspeelde. Hij vond dat het belastingbetalende publiek eens per jaar het gebouw en de studio’s moest kunnen bezoeken. Pragmatisch als hij ook was, wist hij dat zichtbaarheid noodzakelijk was voor subsidiëring. Het bleek een succesformule.

Om de toekomst van de Rijksakademie verder veilig te stellen, maakte hij een start met het werven van private gelden, wat uitgroeide tot de Stichting Trustfonds Rijksakademie, en zorgde hij ervoor dat de Rijksakademie in 1999 verzelfstandigde.

De nieuwe koers van internationalisering leidde begin jaren 2000 tot het – samen met Els van Odijk – oprichten van RAIN, een virtueel netwerk van kunstenaarsinitiatieven van Rijksakademie-alumni, met name uit landen in de Global South. Het bood een tegengeluid tegen het dominante idee dat West-Europa het epicentrum van de hedendaagse beeldende kunstwereld is en droeg mede bij aan de groeiende internationale reputatie van de Rijksakademie. Een van deze initiatieven, het kunstenaarscollectief ruangrupa in Jakarta, werd in 2022 het curatorenteam voor de documenta in Kassel.

Aan het einde van zijn directeurschap speelde Janwillem een belangrijke rol in de totstandkoming van het Artists’ Endowment Fund en de veiling bij Sotheby’s die daarvoor het startschot vormde. Dit ‘kunstenaars voor kunstenaars’ fonds werd gevuld met opbrengsten uit geveilde kunstwerken van alumni en advisors. Janwillem werd voorzitter van de onafhankelijke stichting, die waarborgt dat deze middelen terugvloeien in de werkbudgetten van de kunstenaars van de Rijksakademie.

Bij zijn vertrek in 2010 werd hij benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau. Maar hij ging natuurlijk niet echt met pensioen. Hij bleef actief in het veld via zijn Valtana Consultancy, publiceerde in 2018 zijn boek ‘Plan and Play, Play and Plan, Defining Your Art Practice’, gaf gastcolleges en bekleedde diverse advies- en bestuursfuncties in Nederland en het buitenland. Hij bleef altijd nauw betrokken bij de Rijksakademie.

Wat Janwillem heeft betekend voor de Rijksakademie, is van onschatbare waarde. Alles wat hij tijdens zijn ‘gastheerschap’ in gang zette – het internationale residency-programma, de internationalisering van het instituut, de Open Studios, RAIN, het Artists’ Endowment Fund, en nog veel meer – resoneert tot ver in de toekomst. Belangrijker nog, hij heeft veel betekend voor generaties internationale kunstenaars. We zullen zijn tomeloze inzet en energie ontzettend missen en koesteren wat hij heeft nagelaten.

We wensen zijn dochters, familie en vrienden veel sterkte met dit grote verlies.